Chronologische geschiedenis
Zeventiende eeuw
1632 Willem Adriaan werd in dit jaar geboren als kleinzoon van prins Maurits. Als graaf van Nassau-Odijk bekend als eerste vrijheer van Zeist en bouwer van het slot.
1677 Willem Adriaan kocht de ambachtsheerlijkheid Zeist en het vervallen middeleeuwse kasteel voor 5.000,00 gulden (ruim € 2.200,00) van de Staten van Utrecht en werd daarom Heer van Zeist. Hij startte met de bouw van een lusthof met medewerking van de architecten Jacob Roman, Leidse stadsarchitect, later stadhouderlijk architect en Daniël Marot, een Franse hugenoot met een internationale faam.
Slot Zeist is door Roman ontworpen in het Hollands Classicisme. Deze stijl is ontleend aan de 16e eeuwse villa’s in de Veneto van de Italiaanse architect Andrea Palladio. De zijvleugels en de tuinen van het slot zijn het eerst aangelegd, rond een hoofdas die nog steeds de plattegrond van Zeist bepaalt. De tuin, als een in de natuur geconstrueerde voortzetting van de architectuur, als metafoor van de plaats van de mens (de stichter) op aarde, is aangelegd in geometrische figuren met verfijnde broderies en beelden. De beeldengroep aan de slotgracht, voorstellende Europa en Afrika en gemaakt door de Antwerpse beeldhouwer Albertus Xaverij, herinnert aan die filosofie. Deze beeldengroep had een pendant voorstellende Azië en Amerika. De beelden van deze vier werelddelen waren een verwijzing naar de status van Willem Adriaan: zijn paleis als het centrum van de wereld. De oorspronkelijke tuin en het slot (ex- en interieur) vormden dus een eenheid, hierdoor staan ze vaak op diverse gravures afgebeeld.
Vele interieurdecoraties verwijzen naar de status van de stichter, uitgebeeld in allegorieën of mythologische thema’s.
Om deze thema’s herkenbaar weer te geven maakten de kunstenaars gebruik van modellen-boeken. Voor Het Slot Zeist was dat Iconologia een boek van de Italiaan Cesare Ripa.
Na het overlijden van Lodewijk Adriaan ging het Slot over op zijn zoon Willem Adriaan II, graaf van Nassau, vrijheer van Zeist en Driebergen, vrijheer van Bergen. Schuldenlasten dwongen hem het Slot in 1743 af te stoten. Twee jaar duurde het nog voordat het slot verkocht was.
(ruim € 71.000,00). Schellinger werd zo vrijheer van Zeist en Driebergen en bezitter van een echt slot, de droom van elke patriciër.

Schellinger kwam met graaf von Zinzendorf, stichter van de Broedergemeente, financieel overeen dat deze laatste de beschikking kreeg over een vleugel van het slot en de weilanden ervoor; daarop zouden later de huizen van de Broedergemeente worden gebouwd.
Rechts van de oprijlaan werd plaats ingeruimd voor de ongetrouwde zusters en weduwen (het Zusterhuis en het Weduwenhuis), aan de andere kant voor de ongetrouwde broeders (het Broederhuis). Later werden deze respectievelijk het Zuster- en Broederplein genoemd.
Omdat de broeders en zusters in hun eigen onderhoud moesten voorzien richtten ze verschillende bedrijven op zoals een bakkerij, een knopenfabriek, een zilversmederij en een blikslagerij. Hun producten werden in het Broederhuis verkocht. In feite bestond hiermee in Zeist het eerste warenhuis van Nederland.
De invloed van deze broedergemeenschap is van groot belang geweest voor de verdere ontwikkeling van Zeist. Omdat er zoveel te koop was, verwierf Zeist wereldfaam. Uit alle uithoeken van de wereld kwamen mensen van naam Zeist bezoeken, zoals bijvoorbeeld Tsaar Alexander I en de vrouw van Napoleon.
Cornelis Schellinger bleef wel vrijheer, maar alleen van Driebergen. Tot zijn dood in 1778 woonde Schellinger in het mooiste huis aan het Broederplein.
Van 1818 tot 1830 werd het Slot regelmatig verhuurd
Hij restaureerde het slot in de Empirestijl, een keizerlijke stijl uit de tijd van Lodewijk Napoleon, en bracht op de plaatsen van de grisailles in de Willemszaal bijbelse afbeeldingen van Cornelis Kruseman aan.
De tuin van Marot werd veranderd in een tuin in Engelse landschapsstijl, ontworpen door de beroemde tuinarchitect Jan Zocher jr., ontwerper van o.a. het Vondelpark. In Slot Zeist is nog de originele aquarel van dit ontwerp te bezichtigen.
Maar wie de kaarten bekijkt ziet, dat het ontwerp wel gedeeltelijk, maar niet helemaal is uitgevoerd: met name de gracht rond het voorplein heeft zijn oude hoekige vorm behouden en is nooit vergraven tot het bochtige ontwerp, dat Zocher voor ogen stond. Ook staan er op de kaart nog een paar rechte lanen, die Zocher niet had getekend, en die niet passen in een Engelse tuin en dus nog stammen van de oude aanleg.
1867 De nazaten van Huydecoper verkochten het slot aan mevrouw Henriëtte Maria Jacoba Labouchere-Voombergh die gehuwd was met Charles Bernhard Labouchere. Zij liet de plafondschildering in de Willemszaal verwijderen. Zij woonde in het slot tot aan haar dood op 1 februari 1908.
Twinstigste eeuw
1910 Slot Zeist wordt eigendom van René Labouchere en van zijn zuster Agnes Henriëtte Labouchere, die getrouwd was met Jonkheer Leendert Marinus Schuurbeque Boeye. Deze laatsten bewoonden een gedeelte van het hoofdgebouw en de linkervleugel.
.jpg)
1924 N.V.Bouw- en Exploitatiemaatschappij Heemstede in Utrecht kocht het slot voor afbraak. Zes weken na deze aankoop werd het Slot gekocht door de gemeente Zeist voor 130.000 gulden, aanvankelijk uitsluitend voor culturele doeleinden. Vanaf dat moment is de gemeente Zeist eigenaar van het Slot.
1925-1940 Het Slot was een onderkomen voor diverse commissies en gemeentelijke bureaus.
1940 Gutsche, Major der Deutschen Wehrmacht, vorderde het slot, de Ortskommandantur werd er gevestigd.
1945 Door onachtzaamheid van Duitse militairen werd het Slot in de nacht van 8 op 9 februari door brand geteisterd, de linkervleugel brandde praktisch geheel af.
Na de bevrijding diende het Slot als gevangenis voor politieke gevangenen, een functie die het zelfs onder Willem Adriaan niet heeft gehad. Deze mocht als Heer van Zeist rechtspraak doen, hij kon zelfs de doodstraf uitspreken.
Later betrok het Entertainment Committee voor de Canadese troepen en de Intendance voor Overzeese Gebieden het gebouw.
1948 In het park werd, in het kader voor een project voor werkelozen, een openlucht theater aangelegd met zitplaatsen voor 1000 personen.
1953 Het Slot werd ingericht voor de opvang van slachtoffers van de Zeeuwse watersnoodramp.
1957 Op 7 januari werd het startsein gegeven voor de omvangrijke restauratie onder leiding van baron van Asbeck, waarbij de inrichting en decoratie uitgevoerd is door Jan Ruys. Beiden hadden veel samengewerkt bij de restauratie van kastelen en koninklijke huizen.
Voor deze omvangrijke restauratie werden kosten nog moeite gespaard. Zo werd de wandbespanning in de blauwe zaal opnieuw geproduceerd op een zeventiende-eeuws weefgetouw van voor deze uitzonderlijke afmeting. Op basis van de originele ontwerpen heeft men met groot vakmanschap de het slot zoveel mogelijk in haar originele staat willen terugbrengen maar tegelijkertijd heeft men de noodzakelijke veranderingen aangebracht om aan de technische eisen (van die tijd) te voldoen.
1960 Ir.J.B. Baron van Asbeck begon met de restauratie.
1968 De restauratie van de zijvleugels werd voltooid. Op 8 oktober van dat jaar verrichtte Z.K.H. Prins Claus de heropening.
Z.K.H. Prins Claus tijdens de heropening van het Slot in 1968
